Oude wet IB (tot en met 2000)

Speciale regeling voor toerekening van niet-persoonlijke inkomsten en aftrekposten aan de echtgenoot met het laagste inkomen

Als u getrouwd bent, moet normaal gesproken de echtgenoot met het hoogste inkomen aangifte doen van de niet-persoonlijke inkomsten en aftrekposten. Het gaat hier bijvoorbeeld om: inkomsten uit eigen woning, ontvangen dividend en rente, maar ook aftrekposten zoals hypotheekrente, betaalde alimentatie, buitengewone lasten en giften.
Omdat u in Nederland woont en in Duitsland werkt, mag u gebruikmaken van een speciale regeling: alle niet-persoonlijke inkomsten en aftrekposten worden toegerekend aan de echtgenoot met het laagste inkomen. De voorwaarden voor deze speciale regeling zijn:
- U bent getrouwd.
- De niet-persoonlijke aftrekposten zijn hoger dan de niet-persoonlijke inkomsten.

Als u aan deze voorwaarden voldoet en u wilt alle niet-persoonlijke inkomsten en aftrekposten invullen op het aangiftebiljet van de echtgenoot met het laagste inkomen, dan moet u hiervoor bij de aangifte een gezamenlijk verzoek indienen.

Let op!
Als u in de loop van het jaar getrouwd of gescheiden bent, kunt u alleen inkomsten en aftrekposten die u tijdens de huwelijkse periode heeft genoten of betaald, aan de echtgenoot met het laagste inkomen toerekenen. Deze regeling geldt met ingang van 1998 ook voor personen die samenwonen op basis van geregistreerd partnerschap.
Hierna vindt u drie voorbeelden waaruit blijkt hoe de regeling precies werkt.

Voorbeeld 1
Een getrouwde man werkt in Duitsland. Zijn Duitse loon is f 70 000. Zijn echtgenote werkt in Nederland in loondienst. Haar Nederlandse loon is f 30 000. De niet-persoonlijke inkomsten en aftrekposten bestaan uit:
-rente verminderd met rentevrijstelling f 1000;
-negatieve inkomsten uit eigen woning: huurwaarde verminderd met hypotheekrente f 8000;
-aftrek buitengewone lasten f 3000.
In totaal dus een negatief saldo van f 10 000 (f 8000 plus f 3000 verminderd met f 1000).
Volgens de normale regeling voor toerekening is het belastbaar inkomen van de man f 60 000 (f 70 000 verminderd met f 10 000). Hij krijgt aftrek ter voorkoming van dubbele belasting, maar geen teruggave van inkomstenbelasting omdat hij in Nederland geen belasting verschuldigd is. Het belastbaar inkomen van de vrouw is f 30 000. Zij ontvangt geen belastingteruggave.
Op gezamenlijk verzoek van het echtpaar wijkt de Belastingdienst af van de normale regeling en worden de niet-persoonlijke inkomsten en aftrekposten aan de vrouw toegerekend. Het gevolg is dat het onzuiver en belastbare inkomen van de man f 70 000 is. Hiervoor wordt aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend. Hij is dus geen belasting verschuldigd in Nederland. De vrouw wordt nog slechts belast voor f 20 000 (f 30 000 verminderd met f 10 000). Zij ontvangt nu wel een teruggave.

Voorbeeld 2
Deze situatie is dezelfde als bij voorbeeld 1, alleen werkt de man nu ook in loondienst in Nederland. Zijn Nederlandse loon is f 3000.
Op gezamenlijk verzoek van het echtpaar wijkt de Belastingdienst af van de normale regeling en worden de niet-persoonlijke inkomsten en aftrekposten aan de vrouw toegerekend. Zij wordt net als in voorbeeld 1 belast voor f 20 000 (f 30 000 verminderd met f 10 000) en ontvangt een teruggave.
Het onzuiver en belastbare inkomen van de man is f 73 000
(f 70 000 plus f 3000). Hierover zou hij in Nederland f 11 949 aan inkomstenbelasting verschuldigd zijn. De aftrek ter voorkoming van dubbele belasting is:

f 70 000 (Duitse loon)
--------                                                x f 11 949 = f 11 458
f 73 000 (onzuiver inkomen)

Hierdoor betaalt de man per saldo f 491 (f 11 949 verminderd met f 11 458) Nederlandse inkomstenbelasting.

Let op!
De bijzondere regeling is niet altijd voordeliger. Als u als echtgenoot met het hoogste inkomen in tariefgroep 2 of 3 valt en naar verwachting op (korte) termijn in Nederland gaat werken of Nederlands pensioen gaat ontvangen, kan het voor u voordeliger zijn om gebruik te maken van de stallingsregeling.