Staatssecretaris Wijn van Financiën haalt een streep door een belastingconstructie waarbij aandeelhouders met een aanmerkelijk belang (5% of meer van de aandelen in een vennootschap) belastingheffing kunnen ontgaan bij emigratie. Dit is opgenomen in een vandaag bij de Tweede Kamer ingediend wetsvoorstel, de Technische Herstelwet 2003.
De constructie maakt gebruik van een lacune in de wet. Winstreserves worden omgezet in aandelenkapitaal en na emigratie wordt dit aandelenkapitaal onbelast uitgekeerd aan de aanmerkelijkbelanghouder. Bij emigratie wordt er weliswaar een conserverende aanslag opgelegd om de Nederlandse fiscale claim zeker te stellen, maar deze aanslag wordt niet ingevorderd tenzij er sprake is van een verboden handeling. De terugbetaling van aandelenkapitaal werd niet aangemerkt als een verboden handeling. Hierdoor konden de winstreserves onbelast aan de aanmerkelijkbelanghouder worden uitgekeerd. Bij binnenlandse belastingplichtigen zou deze terugbetaling van aandelenkapitaal wel hebben geleid tot belastingheffing. De wet wordt gerepareerd door deze constructie aan te merken als een verboden handeling. "Door dit emigratielek te dichten snijden we belastingvluchtelingen verder de weg af", aldus staatssecretaris Wijn. De reparatiewetgeving zal terugwerken tot het moment van indienen van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer.
Verder wordt een wijziging in de fiscale behandeling van de werkruimte in de eigen woning voorgesteld. Hiermee wordt een zoveel mogelijk gelijke fiscale behandeling van de werkruimte bereikt, ongeacht of de gebruiker ondernemer, werknemer, freelancer of directeur-grootaandeelhouder is. Een ruimte wordt volgens het voorstel fiscaal pas als werkruimte behandeld als deze een zelfstandig gedeelte van een woning vormt en intensief wordt gebruikt voor de verwerving van inkomen. Een onzelfstandige werkruimte (slaapkamer, zolderkamer) en een zelfstandige werkruimte waarin onvoldoende wordt gewerkt, blijven onderdeel van de eigen woning en daarmee van de regeling van het eigenwoningforfait. Voor werkgevers betekent dit enige vermindering van de administratieve lasten omdat in minder gevallen behoeft te worden bijgehouden of sprake is van een voor een onbelaste vergoeding in aanmerking komende werkruimte.
De reeds aangekondigde wijzigingen in de berekening van de lijfrentepremieaftrek bij een pensioengat zijn ook opgenomen in dit wetsvoorstel. Voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek wordt voortaan uitgegaan van alle gegevens van het voorafgaande kalenderjaar. Omdat belastingplichtigen eerder de lijfrentepremieaftrek kunnen berekenen wordt de termijn waarbinnen belastingplichtigen hun lijfrentepremies moeten hebben betaald, teruggebracht van zes naar drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aftrek betrekking heeft.
Naast deze inhoudelijke wijzigingen zijn in de Technische Herstelwet wijzigingen opgenomen die niet van inhoudelijke aard zijn, maar die herstel beogen van in de uitvoeringspraktijk gebleken onduidelijkheden in de wetgeving en aanpassingen van redactionele aard.