Als gevolg van het arrest van het Hof van Justitie der Europese Gemeenschappen in de zaak Schumacker is de Duitse belastingwetgeving gewijzigd. Ingezetenen van de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte kunnen met ingang van 1 januari 1996 een verzoek doen om in Duitsland als binnenlands belastingplichtige te worden aangemerkt indien 90% of meer van hun inkomen (bij gehuwden 90% van het gezamenlijke inkomen) in Duitsland is belast of indien de in Duitsland onderworpen inkomsten minder bedragen dan 12 000 DM (voor gehuwden 24 000 DM). De Nederlandse staatssecretaris van Financien heeft in zijn mededeling van 2 mei 1997, nr. IFZ96/1270.U, aangegeven op welke wijze het verzoek om in Duitsland als binnenlands belastingplichtige te worden aangemerkt, moet worden gedaan.
[Tekst] In verband met het arrest van het Europese Hof van Justitie te Luxemburg van 15 februari 1995 (arrest-Schumacker), BNB 1995/187, is met ingang van 1 januari 1996 de Duitse belastingwetgeving gewijzigd. Hierdoor kunnen personen, die noch in de Bondsrepubliek Duitsland wonen, noch daar regelmatig verblijven, maar wel onderdaan zijn van een der Lidstaten van de Europese Unie (EU) of van een staat waarop de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte (EER) van toepassing is (IJsland, Liechtenstein en Noorwegen), verzoeken in de Bondsrepubliek Duitsland als onbeperkt belastingplichtige te worden aangemerkt als hun "gehele inkomen" (indien gehuwd het gehele inkomen van man en vrouw te zamen) in het kalenderjaar voor 90% of meer in de Bondsrepubliek Duitsland is belast of als zij in een kalenderjaar niet aan Duitse inkomstenbelasting onderworpen inkomsten genieten van niet meer dan DM 12 000 (indien ongehuwd) of DM 24 000 (indien gehuwd). Als hun verzoek wordt ingewilligd kunnen deze personen aanspraak maken op dezelfde tegemoetkomingen in de sfeer van aftrekposten en tariefstoepassing (met inbegrip van het zgn. splittingverfahren) als personen die in de Bondsrepubliek Duitsland wonen en uit dien hoofde onbeperkt inkomstenbelastingplichtig (unbeschrankt einkomensteuerpflichtig) zijn. Volledigheidshalve zij opgemerkt, dat het vorenstaande geldt zowel voor werknemers als zelfstandigen en ondernemers die onder de Duitse inkomstenbelasting vallen.
Ten behoeve van de uitvoering van het vorenstaande zijn van Duitse zijde twee formulieren, luidende in de Duitse en de Nederlandse taal, vastgesteld.
Formulier 1:
- "Bescheinigung EU/EWR
- der auslandischen Steuerbeh¸ rde zur Einkommensteuererklarung 199.
- f_r Staatsangeh¸ rige von Mitgliedstaaten der EuropS ischen Union (EU) und des EuropS ischen Wirtschaftsraums (EWR)
- f_r Angehrige des deutschen offentlichen Dienstes, die im dienstlichen Auftrag ausserhalb der EU/EWR tS tig sind (' 1 a Abs. 2 Einkommensteuergesetz) - erstmals f_r 1996" (Duitse versie)
- "EU/EER Verklaring
door de buitenlandse belastingdienst ten behoeve van het inkomstenbelastingformulier 199.
- voor onderdanen van lidstaten van de Europese Unie (EU) en de Europese Economische Ruimte (EWR)
- voor personen die in ambtelijke opdracht van Duitse publieke instellingen buiten de EU/EWR landen werkzaamheden verrichten (' 1 a, tweede lid, van de wet op de inkomstenbelasting [WIB])
- voor de eerste keer voor 1996"(Nederlandse versie)
Formulier 2:
- "Antrag auf Behandlung als unbeschrS nkt einkomensteuerpflichtiger Arbeitnehmer nach ' 1 Abs. 3, ' 1a EStG (Anlage Grenzpendler EU/EWR zum Antrag auf Lohsteuer-ErmS ssigung 199.)"(Duitse versie)
- "Verzoek om behandeling als onbeperkt inkomstenbelastingplichtige werknemer volgens ' 1 art. 3, ' 1a WIB)(Aanhangsel grenspendelaars EU/EER bij de aanvraag voor loonbelastingvermindering 199.)"(Nederlandse versie)
Door middel van formulier 1 kan men verzoeken om voor de heffing van de Duitse inkomstenbelasting te worden aangemerkt als onbeperkt belastingplichtige in vorenbedoelde zin. Daarnaast is de mogelijkheid geschapen om een verzoek te doen reeds bij de inhouding van loonbelasting in de Bondsrepubliek Duitsland te worden behandeld als onbeperkt belastingplichtige in vorenstaande zin. Daarvoor is formulier 2 vastgesteld.
Beide formulieren dienen, na volledige invulling en ondertekening, door belanghebbende, alvorens deze aan het bevoegde Duitse Finanzamt kunnen worden overgelegd, te worden voorzien van een bevestiging van de inspecteur van de eenheid van de belastingdienst binnen wiens ambtsgebied de belanghebbende woont. Deze verklaring luidt, in het Nederlands, als volgt:
"Hiermede wordt bevestigd
1. dat de (op pagina 1) genoemde belastingplichtige persoon/personen in 199. in onze staat woonachtig was/waren;
2. dat ons niet bekend is, dat iets in tegenspraak staat met de in deze aanvraag/dit formulier vermelde gegevens over de persoonlijke omstandigheden en over de inkomensverhoudingen".
Alvorens de inspecteur de hiervoor bedoelde bevestiging afgeeft dient hij na te gaan of de door belanghebbende in het formulier verstrekte gegevens op enig punt in strijd zijn met de gegevens die op de eenheid bekend zijn. Indien belanghebbende voor de Nederlandse inkomstenbelasting is beschreven dient daartoe de legger te worden geraadpleegd. Indien op de eenheid geen gegevens bekend zijn die strijdig zijn met hetgeen de belanghebbende in het formulier heeft verklaard, behoeft echter, tenzij gegronde redenen aanwezig zijn om aan de juistheid te twijfelen, geen afzonderlijk onderzoek te worden ingesteld.
Beide formulieren dienen in drievoud te worden ingediend. Een van de exemplaren is bestemd voor de Nederlandse belastingdienst en dient door de inspecteur te worden achtergehouden en gedeponeerd in de legger van belastingplichtige of, indien deze niet is beschreven, op alfabetische volgorde te worden bewaard.
Belanghebbende inwoners van Nederland kunnen beide formulieren aanvragen bij het bevoegde Duitse Finanzamt. Voor werknemers is dat het Finanzamt dat bevoegd is ten aanzien van de Duitse werkgever.