Vrij verkeer van werknemers binnen de Europese Unie

In het algemeen is iedereen die in Nederland woont verplicht verzekerd voor de sociale zekerheid. 

Maar als u in Nederland woont en elders in Europa werkt, bent u in de meeste gevallen verzekerd in dat andere land. De algemene regel is namelijk dat u bent verzekerd in het land waar u werkt. Op uw Nederlandse aangiftebiljet kunt u aangeven dat u in aanmerking komt voor vermindering of vrijstelling van de premie volksverzekeringen en/of premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (Waz).

Er zijn uitzonderingen:

Detachering

Als u normaal gesproken in Nederland werkt, maar u wordt tijdelijk door uw werkgever naar een EU-lidstaat uitgezonden, dan is het mogelijk dat toch de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving van toepassing blijft. 

Werken in twee landen

Als u zowel in Duitsland als in Nederland werkt, bent u in Nederland verzekerd, ook als het gaat om een bijbaan. U betaalt over uw totale inkomen premie volksverzekeringen.

Als u liever toch in Duitsland verzekerd bent, kunt u het beste contact opnemen met de Sociale Verzekeringsbank (svb). De svb kan dan met de bevoegde instantie in Duitsland afspreken dat u verzekerd bent in het land waar u uw hoofdbetrekking heeft. Hierdoor wordt voorkomen dat u zowel in Nederland als in Duitsland premies betaalt. De svb geeft een brochure uit met meer informatie: 'Werken in twee landen. Informatie voor grensarbeiders'. 

Doelstelling van europees recht

EG-Vo. 1408/71 coördineert de nationale wetgevingen inzake sociale zekerheid ten einde te waarborgen dat alle werknemers die onderdanen zijn van de Lid-Staten alsmede hun medeverzekerden gelijke behandeling genieten en een beroep kunnen doen op prestaties inzake sociale zekerheid, ongeacht de plaats waar zij werken of wonen.

Algemene bepalingen

Het besluit geeft een omschrijving van talrijke termen, waaronder: "werknemer", "grens- en seizoenarbeider", "gezinslid", "nagelaten betrekking", "woonplaats", "verblijfplaats", "wetgeving", "bevoegd orgaan", "tijdvak van verzekering", enzovoort.

Persoonlijke werkingssfeer

De verordening is van toepassing op werknemers:

Voorts is de verordening van toepassing op de nagelaten betrekkingen van deze werknemers, ongeacht de nationaliteit van de laatsten, wanneer deze onderdanen van een van de Lid-Staten zijn, alsmede op personen in overheidsdienst en volgens de toepasselijke wetgeving met hen gelijkgesteld personeel.

Gelijkheid van behandeling

Personen die op het grondgebied van een Lid-Staat wonen en op wie de bepalingen van de verordening van toepassing zijn, hebben de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van elke Lid-Staat onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die Staat.

Materiële werkingssfeer

De verordening is van toepassing op alle wettelijke regelingen betreffende de volgende takken van sociale zekerheid: prestaties bij ziekte en moederschap, prestaties bij invaliditeit, uitkeringen bij ouderdom, uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, werkloosheidsuitkeringen, gezinsbijslagen en uitkeringen bij overlijden. De verordening is van toepassing op de algemene en bijzondere stelsels van sociale zekerheid, welke al dan niet op premie- of bijdragebetaling berusten alsmede op de regelingen betreffende de verplichtingen van de werkgever of de reder. De verordening is noch op de sociale en medische bijstand, noch op de regelingen betreffende prestaties aan slachtoffers van oorlogshandelingen of de gevolgen daarvan, noch op de bijzondere regelingen voor personen in overheidsdienst of met hen gelijkgestelden van toepassing.

Ontheffing van de bepalingen inzake de woonplaats

De uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom of de uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, de renten bij arbeidsongevallen of beroepsziekten en de uitkeringen bij overlijden, verkregen op grond van een wettelijke regeling van een of meer Lid-Staten, kunnen op generlei wijze worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende op het grondgebied van een andere Lid-Staat woont.

De bepalingen inzake vermindering, schorsing of intrekking waarin de wetgeving van een Lid-Staat voorziet in geval van samenloop van een uitkering met andere uitkeringen van sociale zekerheid of met andere inkomsten, zijn op de rechthebbenden van toepassing, zelfs indien het gaat om uitkeringen welke op grond van de wetgeving van een andere Lid-Staat zijn verkregen of om inkomsten welke op het grondgebied van een andere Lid-Staat zijn verworven. Deze regel is evenwel niet van toepassing indien de betrokkene gelijksoortige uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom, overlijden (pensioenen) of beroepsziekte geniet, welke door de organen van twee of meer Lid-Staten overeenkomstig de communautaire bepalingen worden vastgesteld.

Vaststelling van de toe te passen wetgeving

De werknemer is onderworpen aan de wetgeving van een enkele Lid-Staat.

Algemene regels:

Bij werken in loondienst in twee lidstaten is uitsluitend het sociale zekerheidsstelsel van het woonland van toepassing. Als iemand in één land als zelfstandige werkt en in een ander in dienstbetrekking dan is de sociale zekerheidswetgeving van toepassing van het land op het grondgebied waarvan de werkzaamheden in loondienst worden verricht.

Er is voorzien in bijzondere regels en uitzonderingen.

Bijzondere bepalingen met betrekking tot de verschillende soorten prestaties.

Ziekte en moederschap; invaliditeit; ouderdom en overlijden (pensioenen); arbeidsongevallen en beroepsziekten; uitkeringen bij overlijden; werkloosheid; gezins- en kinderbijslagen voor werknemers en werklozen; bijslagen voor kinderen die ten laste komen van pensioen- of rentetrekkers en voor wezen.

Wat de uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom en overlijden (pensioenen) betreft, hebben de betrokkenen in principe recht op alle uitkeringen die hun in de verschillende Lid-Staten zijn toegekend.

Een volledig werkloze werknemer die voldoet aan de in de wettelijke regeling van een Lid-Staat gestelde voorwaarden voor het recht op uitkering en die zich naar het grondgebied van een andere Lid-Staat begeeft om aldaar werk te zoeken, behoudt onder bepaalde strikte voorwaarden het recht op deze uitkeringen.

Een loontrekkende op wie de wettelijke regeling van een Lid-Staat van toepassing is, heeft voor zijn gezinsleden die op het grondgebied van een andere Lid-Staat wonen, recht op de gezinsbijslagen waarin de wettelijke regeling van de eerste staat voorziet, alsof die gezinsleden op het grondgebied van die staat woonden.

Verzekeringsplicht grensarbeiders

Wat de verzekeringsplicht betreft, is Europese regelgeving van belang. In casu zijn de Europese Verordeningen nr. 1408/71 (20) en nr. 574/72 van belang. De laatste is een uitvoeringsverordening van de eerste. Art. 13, tweede lid, onder a, Verordening 1408/71 is in deze het belangrijkste artikel. Het artikel wijst de verzekeringsplicht toe aan de werkstaat. Verordening 1408/71 maakt wat betreft de verzekeringsplicht geen onderscheid tussen grensarbeiders en andere werknemers. Slechts met betrekking tot enige prestaties zoals geldelijke uitkeringen en verstrekkingen wordt wat de Verordening 1408/71 betreft een onderscheid gemaakt tussen grensarbeiders en andere werknemers. Het onderscheid heeft te maken met het feit dat de grensarbeiders dagelijks of ten minste éénmaal per week terugkeren naar de woonstaat. Dit argument van 'dagelijks of ten minste éénmaal per week terugkeren naar de woonstaat' moet naar mijn mening niet worden onderschat, daar de grensarbeider zijn belangrijkste banden met zijn woonstaat heeft. 

Belangrijk is nog dat Verordening 1408/71 in tegenstelling tot het belastingverdrag niet spreekt van een grensstreek.
Indien de verzekeringsplicht is toegewezen aan de werkstaat, betekent dat, kort gezegd, de nationale wetgeving inzake de verzekeringsplicht van die werkstaat in werking treedt. Voor de Belgische grensarbeider betekent dat dat hij te maken krijgt met de verzekeringsplicht van Nederland. De premies in Nederland kunnen worden onderverdeeld in volks- en werknemersverzekeringen. Voor de volksverzekeringen geldt in deze onder andere het standaardart. 6, eerste lid, onder b, AOW: Verzekerd is degene die geen ingezetene is, doch in Nederland een dienstbetrekking verricht die aan de loonbelasting is onderworpen. Voor de werknemersverzekeringen geldt onder andere art. 3, eerste lid, WW; werknemer is de natuurlijke persoon die in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat. Voor de Nederlandse grensarbeider betekent dit dat hij te maken krijgt met de sociale zekerheid van België. Art. 3, tweede lid, WW bepaalt de niet-verzekering voor de werknemersverzekeringen alhier.

Indien een grensarbeider aanspraak gaat maken op een uitkering, gaan vele regels werken. Ik vermeld er hier enige: gekeken zal moeten worden naar de Verordening 1408/71, eventueel toepasselijke internationale verdragen en de desbetreffende sociale verzekeringswetten. In het internationaal arbeidsverkeer is de samentelling van tijdvakken die van belang kan zijn voor de duur en de hoogte van een uitkering belangrijk. Men kan zich voorstellen dat over de grenzen heen duidelijk moet worden waar en hoe lang een grensarbeider heeft gewerkt. Belangrijk hierbij is dat de grensarbeider en de bevoegde instanties de juiste informatie verstrekken.

In het besluit van 27 augustus 2004 besl270804 gaat de staatssecretaris in op de gevolgen van Besluit nr. 181 van de Administratieve Commissie van 13 december 2000 (Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, 14 december 2001, L 329/73) voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71. Dit in verband met de beoordeling van de verzekeringsplicht en daarmee samenhangende premieheffing.

Blijkens het Besluit nr. 181 dient sprake te zijn van een "organische band" tussen de werknemer en de onderneming. Om het bestaan van een dergelijke band vast te stellen, dient een reeks van elementen in aanmerking te worden genomen, met name de verantwoordelijkheid inzake aanwerving, arbeidsovereenkomst, ontslag en vaststelling van de aard van de werkzaamheden.

In Besluit nr. 181 wordt als één van de voorwaarden voor detachering van werknemers genoemd dat de uitzendende onderneming haar activiteiten gewoonlijk uitoefent op het grondgebied van de uitzendende lidstaat. Bij de bepaling of hiervan sprake is worden onder meer de door het HvJ EG in haar arrest Fitzwilliam 1) neergelegde criteria gehanteerd die zijn vervat in punt 3, onder b, van Besluit nr. 181.

In punt 7 van Besluit nr. 181 is daarom, in navolging van de arresten Fitzwilliam 1) en Banks 2), onder meer bepaald dat de E 101-verklaring bindend is voor de organen van de lidstaat van tewerkstelling. De verzekeringspositie van de gedetacheerde werknemer kan derhalve niet in afwijking van de detacheringsverklaring worden vastgesteld.